Zondag 17, het filosofenpad
Om half negen voor het hotel (Ibis-Stile), waar bleek dat de meesten van de groep kozen voor een gezamenlijke tocht naar het filosofenpad, zo genoemd omdat een bekende plaatseliijke filosoof dit 2 kilometer lange pad aan de oostrand van de stad elke dag liep om zijn gezondheid op peil te houden. Het loopt romantisch langs een kabbelend stroompje en beboste heuvels. Het pad dankt zijn toeristische aantrekkingskracht ook aan het tiental tempels rechts en links van dit pad.
We bezochten de eerste en de laatste van deze tempels, de bekendste van deze tien (er zijn er honderden in Kyoto). Voor we dat deden dronken we in een klein cafeetje een kop koffie en namen we afscheid van René, onze reisleder, die ons daar had gebracht.
De eerste, de Eikando Zenren-ji tempel, typeer ik hieronder met een paar citaten uit het foldertje dat we bij onze toegangskaartjes kregen:
In the early Heian period (853 AD). the priest Shinjo built a training hall for the practice of Shingon Buddhism on the site of present-day Zenren-ji. Ten years later Sjingo received permission to establish a temple here from Emperor Seiwa, and the temple got the name Zenren-ji. - In the latter part of the Heian period, the abbot Yokan, commonly known as "Eikan", became the chief priest, and Zenrin-ji expanded greatly. Eikan intoned the Nembutsu as many as 60.000 times a day, and made great efforts to save poor people. He received the respect of many people and at some time Zenren-ji came to be called Eikando.
De tempel bestaat uit acht forse houten gebouwen, waaromheen overdekte looppaden liepen. (Dat overdekt zijn was fijn, want het regende vandaag zonder ophouden, soms een beetje, soms meer dan een beetje. Terwijl ik dit blog schrijf, terug in het droge hotel, is het gaan onweren en stortregenen.) De tempel is bewoond, in gebruik, en we kwamen zo nu en dan een monnik tegen. Waarschijnlijk waren alle tien of zo aanwezig bij een zang-en reciteersessie en ritmisch slaan om een diepklinkende trom. Meest jongelui zo te zien, misschien dertigers, geen oude hap. Na afloop leken sommigen ook geintjes te maken.
Er waren veel toeristen en/of andere belangstellenden, en je mocht de zalen met kostbare opstellingen, kleden, afbeeldingen niet fotograferen. Er was ergens een grote niet erg versierde ruimte met matten waar dunkt me wel zo'n honderd man op de grond konden lggen. Er was ook een grote zaal met banken voor een gehoor van meer dan honderd man. Hoe intensief die ruimtes gebruikt worden konden we niet nagaan.
Een interessant ding, object, was een ruim een meter hoog vat waar tientallen gekleurde bamboe buisjes op rustten, je kon niet goed zien hoe ze bevestigd waren. Als je met een waterscheplepel water op een steen in het midden uitgoot hoorde je een bijna onhoorbaar lage toon ergens vandaan komen.
Heel mooi zijn de tuinen op allerlei plekken rond de gebouwen, soms afgewisseld met zorgvuldig neergelegde en gestrooide witte steentjes.
Zo'n twee uur hebben we in deze houten tempelgebouwen doorgebracht; er waren ook verdiepingen waar je heen en op kon, er was ergens zelfs een eenverdiepingslift.
Om een uur of twaalf gingen we de regen weer in. Gelukkig is het helemaal niet koud, ik denk minstens 25 graden. Els haar schoenen waren ook van binnen nat geworden. We hadden niet veel aan, ik alleen een overhemd en een korte broek, van Els weet ik het eigenlijk niet. Ik kan het haar nu ook niet vragen want ze is aan de was op de tweede verdieping; we wonen op de tiende.
Maar goed, het folosofenpad dat we bewandelden toonde zijn charmes niet en was vol met plassen. Nu niet denken dat we daar alleen liepen: het pad was één paraplu. Een beetje ploeteren was het wel, ondanks de lichte bepakking, een rugzakje; maar op de door wordt je arm moe van het tillen van zelfs een licht parapluutje, zeker als je met je andere je fototoestel houdt.
Na een half uurtje waren we aan het eind van het pad; onze tempel lag nog een paar honderd meter verder en ons bezoek aan deze Ginkaku-ji tempel, bijgenaamd de zilveren tempel viel os nogal tegen. Omdat we niet wisten wat we moesten verwachten gingen we blijmoedig het eenrichtingspad op, dat omhoog voerde, maar niet naar tempelgebouwen. Er was een niet functionerend uitkijkpunt, en gezichten op lager gelegen tuinen. Het afdalen over de beregende stenen trappen was niet zonder risico, we namen er ruim de tijd voor. Er is maar één gebouw bewaard van deze roemruchte tempel die met een zilveren dak had moet worden gedekt. Het stond in de gids, maar het was niet tot me doorgedrongen - ik had het gelezen toen gisteren de zon scheen.
We zochten een eetglegenheid; die zijn hier bijna overal dik gezaaid. De airco maakte dat je je natte kleren duidelijker voelde, maar een echt probleem was dat niet: we voelden ons knus daarbinnen met onze warme hap. Els had een berehonger en at als een turfgraver, supergaaf zullen we maar zeggen.
Daarna naar de bus: Els wilde een was draaien, we hebben morgen een excursie naar Nara, het weer lokt niet uit en een keertje om half vier thuis geeft gelegenheid om je post bij te werken (grom) en eens iets te lezen of na te kijken. We namen buslijn 100 en reden een stuk van de 'cirkel-lijn; we reden langs een drukbezocht nat uitziend feest en zagen een winkel 'kimono rental'. na 40 minuten waren we bij de halte Station Kyoto, dat tegenover ons hotel ligt.
Half vier thuis lukte niet, we moesten nog boodschappen doen voor het ontbijt morgen, kaarten kopen, pils halen.
Het is nu kwart voor zeven! Els heeft de was droog weer binnen en ik moet alleen nog foto's bij de blog zoeken. Wim








Wat een mooie verhalen uit het Verre Oosten weer!
ReplyDeleteJammer van het Verre Oosten-weer!
ReplyDeleteThis comment has been removed by the author.
ReplyDelete