Dat was een vroegertje vandaag; half zeven de wekker, half acht klaar staan beneden met alle bagage....
We vertrokken, per coach, een half uur te laat ( één stel had zich verslapen, en er was ook een ongeluk gebeurd, en dat leverde een file op). Drukke vierbaansweg, dus niet veel aan.
Af en toe even er uit voor een kopje koffie, uit vernuftige machines of aan een balie gehaald.
Matsumoto ligt ten N.W. van Tokio, zo'n drie en een half uur rijden. Gaandeweg werd het landschap fraaier, met bergen, die voor een groot gedeelte door beeldige mistflarden waren omgeven. Af en toe regende het een beetje, maar over het algemeen was het droog met af en toe zon. Erg wam, maar niet te erg, zo'n 28 graden.
Naast de weg een betonnen muurtje, dat het mooie uitzicht belemmerde. Heel veel rijstbouw hier, te herkennen aan de gele velden.
We reden eerst Matsumoto voorbij, om naar Wasabi- boerderij Daio te gaan, de grootste van Japan, en daar zijn ze trots op. 15 hectare groot. Wasabi (mierikswortel) is dat sterke groene spul dat je bv bij sommige gerechten geserveerd krijgt. De toegang is gratis, je kunt een wandeling maken tussen de utgestrekte velden. Rijen wasabi, met watergeulen erlangs, waardoor het water vrij pittig stroomde. De grond hier is juist geschikt voor deze teelt en vooral is het water is hier erg schoon.
Er zijn netten ( soort van) gespannen over al die velden: kennelijk is te veel zon niet goed
en er onder zie je de geulen met het hardstromende water.
De wandeling was ook aardig door de planten en dieren die er waren waar te nemen. In de groep zit een goede natuurfotograaf, niet alleen te zien aan z'n mooie camera; ook aan de foto's die hij er hier mee had gemaakt. En rode wauw, een prachtige vlinder. Ik kwam niet verder dan een enge gele spin, die middenin zijn vernuftige web, omringd door ingeweven prooi, nog zat te wachten op meer van dat lekkers....
En er waren ook leuke bloemen en bloemetjes
Na de wandeling namen we een wasabi- kroket, en als toetje een wasabi-ijsje... beide wel lekker, want ontdaan van de heftigste smaakverschijnselen.
Toen dus naar Matsumoto, een aardig en na Tokio rustig stadje, een soort Almelo zeg maar.
Dit is maar voor één nacht. Morgenochtend gaan we weer op weg, maar zonder onze grote koffers: die worden vooruit gestuurd. We zullen dus een rugzakje moeten pakken met benodigdheden voor één nacht.
Omdat we verlaat waren, gaan we ons alleen maar even installeren op de kamers, en o.l.v. René lopen we dan meteen naar het kasteel, het grootste houten kasteel uit eind zestiende eeuw. Allemaal goed te behappen hier...het is een kwartiertje lopen! Het is ook de enige bezienswaardigheid. En de moeite van de wandeling waard!
maar later, na de bezichtiging, toen we nog even rondliepen, brak de zon door en nam Wim deze kiek:
Je kon er ook in: zeer de moeite (want dat was het!) waard. Enorm mooi onderhouden houten vloeren, fris in de boenwas,
en tussen verdiepingen trappen ( met bamboeleuningen die met sjorwerk bevestigd waren)
met enorm hoge treden. Tjonge zeg, dat was arbeid!
Intussen sprak een Japanse gids ons aan [vrijwillige, Engelssprekende gidsen], en zij vroeg of wij nog vragen hadden. Heel aardig en behulpzaam en we lieten ons door haar op sleeptouw nemen.
Leuk mens, met slecht Engels, maar veel gevoel voor humor. Ze vertelde iets over de geschiedenis. In de vijftiger jaren is dit kasteel grondig gerestaureerd, vooral met oude materialen...in feite is slechts 18% van het huidige gebouw helemaal historisch. Dat het nooit afgebrand is, is te danken aan de twee vissen, die op het dak staan. De legende is dat zij zout water spugen naar alle vijanden, dus ook naar vuur...
En het dak, waarvan ik dacht dat het leek of het bamboepijpen bestond, is niet van hout, maar van een soort klei.
Het leukste dat ze vertelde, vond ik, is, dat (ik vroeg nl hoe al die gigantische vloerdelen, en al die balken en traptreden zo schoon werden gehouden, en zo goed onderhouden werden) dat het wrijven van al het hout gedaan werd door mensen uit Matsumoto, b.v. schoolkinderen, of groepen....ik zag het helemaal voor me!
We namen hartelijk afscheid van haar, en liepen nog even langs het water rond het kasteel. Een aantal witte reigers zat op de rotsen, er zwommen enorme karpers in het water, er liepen aanminnige Japanse kindertjes rond.
en last but not least de sporadische hond die er is, wordt hier uitgelaten. Niks plastic zakjes!!
gewoon een krant er onder!
Bij het verlaten van het terrein nog dit:
Voldaan liepen we terug, deden ontbijtinkoopjes en gingen een restaurantje binnen, waar we bijna weer uitgingen ook omdat ze geen Engelse menukaart hadden. Eigenlijk wilden ze ons niet hebben. Maar we vonden dat we ook wel via aanwijzen in het Japanse menu konden bestellen, en zulks geschiedde. We zaten in een privé cabine, une chambre séparée zeg maar, met een half gordijntje ervoor.
Els















Topfoto Els - net of je aan martial arts doet!
ReplyDelete